ECLI:NL:RBDHA:2022:14528
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd om hun uitzetting te voorkomen terwijl hun beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun asielaanvragen nog liepen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had de aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 11 juli 2022 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en onmiddellijke vertrek uit Nederland en de EU bevolen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 juli 2022 behandeld. Op 9 augustus 2022 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoekers, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom heeft de voorzieningenrechter de verzoeken om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan en er is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen uitzetting worden afgewezen omdat de hoofdberoepen reeds zijn behandeld.