ECLI:NL:RBDHA:2022:14411
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod wegens motiveringsgebrek en wijziging duur naar twee jaar
Eiser is in het verleden ongewenst verklaard vanwege een veroordeling voor een misdrijf en kreeg een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Verweerder heeft dit inreisverbod gewijzigd naar een duur van twee jaar, maar wees het verzoek tot opheffing af omdat eiser Nederland en de EU nooit heeft verlaten en er geen bijzondere omstandigheden zijn.
Eiser betoogde dat het besluit onzorgvuldig was genomen, onder meer omdat hij geen gelegenheid had gekregen zijn zienswijze te geven en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro onvoldoende was gemotiveerd, mede vanwege zijn zorg- en opvoedtaken voor zijn kleinkind.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, vooral omdat het openbare orde aspect niet langer speelt en verweerder geen rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser. Daarnaast acht de rechtbank het passend dat eiser alsnog zijn zienswijze kan geven.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot handhaving van het inreisverbod wordt vernietigd vanwege een motiveringsgebrek.