ECLI:NL:RBDHA:2022:14222
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende duurzame middelen
Eiser, van Egyptische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt vanuit zijn medevennootschap in een pizzeria.
Tijdens de procedure heeft eiser nadere stukken ingediend en is het beroep geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen een aanvullend besluit te nemen. Verweerder handhaafde zijn standpunt dat de vennootschapsovereenkomst en de praktijk niet aantonen dat eiser daadwerkelijk als zelfstandige arbeid verricht en voldoende inkomsten ontvangt. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij zelfstandig en duurzaam inkomen genereert, mede omdat het winstaandeel niet volledig aan hem is uitgekeerd en contante inkomsten niet verifieerbaar zijn.
Eiser voerde ook aan dat hij een aanvraag langdurige ingezetene had gedaan en dat de toets minder streng zou zijn, maar de rechtbank stelt vast dat de aanvraag een reguliere verblijfsvergunning betreft en de strengere voorwaarden van toepassing zijn. Ook het beroep op schending van de hoorplicht wordt verworpen omdat verweerder voldoende gelegenheid heeft geboden tot het aandragen van bewijs en een aanvullende hoorzitting heeft gehouden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.