Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 8 februari 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat bewaring achterwege had moeten blijven omdat hij zelfstandig naar Polen wilde vertrekken, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Tevens stelde hij dat hij rechtmatig verblijf had verkregen door het instellen van bezwaar tegen een eerdere beschikking, maar dit bezwaar was te laat ingediend en had daarom geen opschortende werking.
Daarnaast voerde eiser aan dat het terugkeerbesluit onduidelijk was omdat het land van terugkeer niet was vermeld, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet van toepassing is op eiser als Unieburger en dat het besluit als verwijderingsbesluit moet worden beschouwd. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring op de juiste grondslag is gebaseerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.