ECLI:NL:RBDHA:2022:141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aansluitende zorgmachtiging wegens detentie betrokkene
De officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan een chronische psychose. De rechtbank ontving medische verklaringen, een zorgplan en justitiële documentatie en hield een telefonische zitting vanwege COVID-19.
Betrokkene ontkende psychotisch te zijn en gaf aan spijt te hebben van zijn handelingen. Psychiatrische deskundigen gaven uiteenlopende visies over zijn toestand, waarbij opname en medicatie als wenselijk werden geacht, maar betrokkene niet gemotiveerd kon worden voor opname. Betrokkene verblijft momenteel in detentie vanwege ernstige strafbare feiten.
De rechtbank oordeelde dat de zorgmachtiging niet kan worden uitgevoerd zolang betrokkene in voorlopige hechtenis zit, omdat de officier van justitie de zorgmachtiging binnen twee weken moet effectueren. Gezien de verlenging van de voorlopige hechtenis en het ontbreken van een actueel medisch rapport, wees de rechtbank het verzoek af. Een nieuw verzoek kan worden overwogen na afloop van de strafrechtelijke vrijheidsbeneming.
Uitkomst: Het verzoek tot aansluitende zorgmachtiging wordt afgewezen vanwege detentie van betrokkene en onmogelijkheid tot uitvoering.