Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser
[naam 2]
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse asielzoeker, diende op 31 mei 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling. Spanje stemde in met terugname van eiser.
Eiser betoogde dat overdracht aan Spanje zou leiden tot indirect refoulement vanwege een evident en fundamenteel verschil in het asielbeleid, met name voor personen gelinkt aan de Gülen-beweging. Hij overlegde een onvertaalde Spaanse rechterlijke uitspraak ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet slaagde in het leveren van concrete aanknopingspunten voor een dergelijk fundamenteel beleidsverschil. De late indiening van het onvertaalde document was niet in strijd met de goede procesorde, maar het document bood onvoldoende bewijs. Bovendien garandeerden de Spaanse autoriteiten dat zij de asielaanvraag van eiser in behandeling zouden nemen met inachtneming van Europese richtlijnen, waaronder het verbod op indirect refoulement.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-in-behandeling-neming van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.