ECLI:NL:RBDHA:2022:14050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft op 17 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure. Op 30 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dit verzoek afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting. Tegelijkertijd met deze uitspraak is ook in een andere zaak (NL22.24536) op het beroep zelf uitspraak gedaan. Gezien deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.