ECLI:NL:RBDHA:2022:14031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening WIA-uitkering na detentie bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
Eiser, die een WGA-uitkering ontving op basis van volledige arbeidsongeschiktheid, verloor zijn uitkering wegens detentie. Na zijn vrijlating vroeg hij opnieuw een WIA-uitkering aan, welke werd geweigerd door verweerder. Verweerder baseerde zijn besluit op artikel 57, derde lid, WIA, dat herleving van de WGA-uitkering regelt bij het wegvallen van de detentie.
Eiser stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en daarmee recht heeft op een IVA-uitkering volgens artikel 48, derde lid, WIA. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte alleen de herleving van de WGA-uitkering heeft onderzocht en niet de mogelijkheid van een IVA-uitkering. De wetsgeschiedenis bevestigt dat bij detentie het recht op een IVA-uitkering kan ontstaan ongeacht de duur van de detentie.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen waarin ook de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid wordt onderzocht. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot nieuw onderzoek naar volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.