Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:14005

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
22 december 2022
Zaaknummer
C/09/639913 / JE RK 22-2634
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 800 lid 3 RvArt. 809 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot spoedige uithuisplaatsing van minderjarige kinderen wegens huiselijk geweld

De rechtbank Den Haag heeft op 20 december 2022 een beschikking gegeven inzake een spoedvoorziening tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De kinderen verblijven feitelijk bij hun moeder, maar vanwege een zeer belast verleden van huiselijk geweld tussen de ouders en een recent incident op 30 november 2022, is de veiligheid van de kinderen ernstig in gevaar.

De moeder is recent met het jongste kind vanuit Suriname naar Nederland gekomen en woont tegen het advies van de gecertificeerde instelling bij de vader en de andere kinderen. De vader heeft een huisverbod gekregen dat verlengd is tot 29 december 2022, maar de moeder heeft daarna geen woning of inkomen, waardoor zij de zorg voor de kinderen niet kan dragen. De vader houdt zich niet aan het veiligheidsplan en is onbereikbaar.

Gezien deze omstandigheden acht de kinderrechter het dringend noodzakelijk om de kinderen uit huis te plaatsen in een veilige accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van drie maanden, met een voorlopige machtiging van 20 december 2022 tot 3 januari 2023. Het verhoor van de verzoeker en belanghebbenden wordt uitgesteld tot de zitting op 27 december 2022.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en belanghebbenden worden opgeroepen voor de zitting. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter machtigt de spoedige uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen vanwege onveilige thuissituatie.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/639913 / JE RK 22-2634
Datum uitspraak: 20 december 2022

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing; spoedvoorziening

in de zaak naar aanleiding van het op 20 december 2022 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
betreffende:
- [minderjarige01]geboren op [geboortedatum01] 2005 te [geboorteplaats01] ,
hierna te noemen: [minderjarige01] ,
-
[minderjarige02], geboren op [geboortedatum02] 2009 te [geboorteplaats02] , Suriname,
hierna te noemen: [minderjarige02] ,
hierna tezamen te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man01] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats01] ,

[de vrouw01] ,

hierna te noemen: de moeder,
zonder vaste woon- en verblijfplaats in Nederland,
feitelijk verblijvende te [plaats01] ,

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.

Feiten

  • Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
  • Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, is de vader belast met het ouderlijk gezag.
  • [minderjarige01] en [minderjarige02] verblijven feitelijk bij de moeder.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 augustus 2022 [minderjarige01] en [minderjarige02] onder toezicht gesteld van 5 augustus 2022 tot 5 augustus 2023.

Verzoek

Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige01] en [minderjarige02] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van en jeugdhulpaanbieder voor de duur van drie maanden.
Het verzoek strekt mede tot toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, en artikel 809, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Beoordeling

Op grond van de informatie zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige01] en [minderjarige02] in het belang van de verzorging en opvoeding, uit huis worden geplaatst.
Het verhoor van de verzoeker en de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige01] en [minderjarige02] . De reden daarvoor is dat de moeder op 28 november 2022 samen met haar jongste kind [kind01] vanuit Suriname naar Nederland is gekomen en tegen het advies van de gecertificeerde instelling bij de vader en [minderjarige01] en [minderjarige02] is gaan wonen. De vader en de moeder hebben een zeer belast verleden wat betreft huiselijk geweld en op woensdag 30 november heeft er huiselijk geweld plaatsgevonden. De vader heeft vervolgens een huisverbod gekregen wat is verlengd tot 29 december 2022. De moeder kan tot het huisverbod in de woning blijven, maar heeft daarna geen woning of inkomen meer waardoor zij de zorg voor [minderjarige01] en [minderjarige02] niet meer zal kunnen dragen. De vader heeft zich de afgelopen periode niet aan het veiligheidsplan gehouden en is niet bereikbaar. De veiligheid van [minderjarige01] en [minderjarige02] zal hierdoor onvoldoende gewaarborgd kunnen worden bij de vader. Een machtiging tot uithuisplaatsing is nodig om vanuit een veilige situatie te kunnen onderzoeken wat er nodig is voor de [minderjarige01] en [minderjarige02] .
Het verhoor zal op hierna te melden zitting plaatsvinden.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing.

De kinderrechter:
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden om [minderjarige01] en [minderjarige02] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 20 december 2022 tot 3 januari 2023;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van:
27 december 2022 te 15:30 uur;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
  • de vader;
  • de moeder;
  • [minderjarige01] voor een kindgesprek;
  • [minderjarige02] voor een kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.F. Mewe, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022.
Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.