ECLI:NL:RBDHA:2022:1399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 28 december 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 3 februari 2022 behandeld, waarbij verzoekster niet is verschenen.
De voorzieningenrechter overweegt dat op het beroep reeds uitspraak is gedaan in een andere zaak (NL21.20312) en wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. W. Anker en is geanonimiseerd gepubliceerd.
Er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze uitspraak, waarmee de beslissing definitief is. De zaak betreft bestuursrecht en vreemdelingenrecht met betrekking tot de beoordeling van asielaanvragen en voorlopige voorzieningen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.