ECLI:NL:RBDHA:2022:1398
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Servië wegens onvoldoende bewijs persoonlijke onveiligheid
Eiseres, een Servische nationaliteit houdende vrouw, vroeg asiel aan in Nederland op grond van bedreigingen door een familielid van haar ex-vriend sinds 2003. Zij vreesde voor haar leven bij terugkeer naar Servië. De staatssecretaris wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond, mede omdat Servië als veilig land van herkomst geldt en eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij persoonlijk niet beschermd zou worden.
De rechtbank behandelde het beroep op 3 februari 2022, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de bedreigingen actueel waren, mede omdat zij sinds 2019 geen contact meer had met de bedreiger en zij de Servische autoriteiten had ingeschakeld, die haar zaak behandelden.
Daarnaast werd beoordeeld dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, onder meer omdat het kerkelijk huwelijk met haar partner niet als rechtsgeldig werd erkend en noch zij noch haar partner een verblijfsrecht in Nederland hadden.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht was afgewezen als kennelijk ongegrond en verklaarde het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af wegens onvoldoende bewijs van persoonlijke onveiligheid.