ECLI:NL:RBDHA:2022:13909
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de aanvraag van de referent om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan zijn gezinsleden toe te staan, met een voorwaarde omtrent het tijdstip van aanvraag.
Naar aanleiding van het bezwaar is de procedure omgezet in een beroepsprocedure bij de rechtbank, waarbij ook een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. De rechtbank heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak behandeld.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het bestreden besluit gedeeltelijk onrechtmatig is en daarom is het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het afgewezen. Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op €759.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier, en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €759.