ECLI:NL:RBDHA:2022:13882
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en persoonsverwisseling niet aannemelijk
Eiser, met de Sri Lankaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van een aanslag op zijn familie in 2009 en vervolging vanwege zijn Tamil etniciteit. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat eiser in 2018 tegenstrijdige verklaringen had afgelegd en vermoedelijk valse informatie had verstrekt.
Eiser voerde in beroep aan dat sprake was van persoonsverwisseling en dat de verklaringen uit 2018 niet van hem afkomstig konden zijn. De rechtbank oordeelde dat eiser deze stelling onvoldoende had onderbouwd en dat biometrische gegevens en verklaringen uit 2018 en 2022 overeenkwamen, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht concludeerde dat eiser geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Sri Lanka had aangetoond en dat toetsing aan artikel 3 EVRM Pro adequaat was uitgevoerd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.