ECLI:NL:RBDHA:2022:13876
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en oplegging inreisverbod
Eiser, een Tunesische staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op bedreigingen door zijn neef vanwege een erfenis. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op zitting. Eiser voerde aan dat het asielrelaas niet juist was beoordeeld, dat de gebruikte tolk onvoldoende niveau had en dat Tunesië geen veilig land van herkomst is. Tevens stelde hij dat het inreisverbod onterecht en disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat de inzet van een beëdigde tolk op B2-niveau voldeed aan de wettelijke eisen en dat geen sprake was van communicatieproblemen. Het asielrelaas werd als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden, vaagheden en onlogische verklaringen, onder meer over de bedreigingen, het tijdsverloop en de erfenis. De overgelegde documenten ondersteunden het verhaal onvoldoende.
Verder werd geoordeeld dat Tunesië als veilig land van herkomst kon worden aangemerkt, en dat het opleggen van het inreisverbod rechtmatig en proportioneel was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen; het inreisverbod blijft van kracht.