ECLI:NL:RBDHA:2022:13872
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig homoseksualiteitsrelaas en geen risico artikel 3 EVRM
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende man, heeft een asielaanvraag ingediend met het argument dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid niet kan terugkeren naar Pakistan. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat het een opvolgende aanvraag betreft die inhoudelijk is behandeld en het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is bevonden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig acht, maar de homoseksuele geaardheid niet. Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader en dat hij vanwege een mogelijk beneden-gemiddelde intelligentie niet adequaat kon reageren tijdens het gehoor. De rechtbank vindt echter dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader en dat eiser dit niet voldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van eiser over zijn seksuele geaardheid vaag en summier zijn, en dat de gestelde seksuele contacten in detentie ongeloofwaardig zijn vanwege inconsistenties en gebrek aan details. Ook het ontbreken van een homoseksuele relatie en het gebruik van bepaalde gedragingen ondersteunen het relaas niet. Verweerder heeft terecht geoordeeld dat eiser geen reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, behalve tegen de voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.