ECLI:NL:RBDHA:2022:13838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in-ontvangstname asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
De zaak betreft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om een asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit omdat op grond van het Dublin-verdrag Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Dit oordeel is genomen in samenhang met een andere uitspraak (zaaknummer NL22.23901) waarin het beroep tegen het bestreden besluit is behandeld. De afwijzing van de voorlopige voorziening werd mondeling meegedeeld tijdens de zitting van 15 december 2022.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet-in-ontvangstnemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.