ECLI:NL:RBDHA:2022:13832
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV
Verzoekster diende beroep in tegen het besluit van het UWV om haar aanvraag voor herleving van de WIA-uitkering af te wijzen. Na wijziging van het bestreden besluit door het UWV, waarbij het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de uitkering met terugwerkende kracht werd toegekend, trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep tegemoet is gekomen en dat de intrekking van het beroep daarom gegrond was. Op grond van artikel 8:75a Awb kan in dat geval proceskosten worden toegewezen. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van de forfaitaire proceskosten van € 759,-.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden aan verzoekster, conform artikel 8:41, zevende lid, Awb. Verzoekster dient dit bedrag rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Munsterman op 19 december 2022 en is zonder zitting gewezen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ad € 759,- na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.