ECLI:NL:RBDHA:2022:13826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsom bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 september 2021. Verweerder heeft de asielaanvraag op 30 mei 2022 ingewilligd, maar eiser handhaafde het beroep. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser in beroep kon komen tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd was.
De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb uit bij asielaanvragen, waardoor geen bestuurlijke dwangsommen kunnen worden verbeurd. De rechtbank toetste deze regeling aan het Unierecht, waarbij het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel centraal stonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder geoordeeld dat de regeling niet in strijd is met het Unierecht omdat soortgelijke nationale procedures ontbreken en omdat rechterlijke dwangsommen mogelijk zijn. De rechtbank concludeerde dat het beroep van eiser geen procesbelang heeft en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, aangezien eiser wel tijdig beroep kon instellen tegen het niet-tijdig beslissen. Verweerder verzette zich hier niet tegen.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten van eiser.