ECLI:NL:RBDHA:2022:1380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag ondanks detentie
Eiser heeft een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend, die door het UWV is afgewezen wegens het ontbreken van voldoende medische gegevens uit de periode van zijn 17e en 18e levensjaar. Eiser betoogde dat zijn laattijdige aanvraag niet aan hem te wijten is vanwege zijn langdurige detentie en dat de staat verantwoordelijk is voor het ontbreken van medische gegevens.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor een laattijdige aanvraag bij eiser ligt en dat de medische rapporten zorgvuldig en onderbouwd zijn opgesteld. De rechtbank verwierp het verzoek om de zaak aan te houden vanwege detentie en wees het verzoek tot herkeuring af, omdat de wet dit niet toestaat.
Verder concludeerde de rechtbank dat uit het detentieoverzicht blijkt dat eiser ook periodes niet gedetineerd was en dat hij in 2019 wel degelijk een aanvraag heeft ingediend. Hierdoor is het niet onredelijk dat de aanvraag als laattijdig wordt aangemerkt. Het beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag.