Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
,V-nummer:[v-nummer 1], mede namens haar minderjarige kind
[minderjarige], V-nummer: [v-nummer 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor zichzelf en haar minderjarige kind vanwege bedreigingen door een vermeende cult en mensenhandelaar, en vrees voor gedwongen besnijdenis.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de bedreigingen door de cult en de mensenhandelaar grotendeels ongeloofwaardig werden bevonden en de vrees voor besnijdenis onvoldoende aannemelijk was. De rechtbank bevestigde dit oordeel, onder meer omdat de cult niet bekend is bij de overheid en de verklaringen van eiseres inconsistent waren.
Daarnaast achtte de rechtbank de vrees voor gedwongen besnijdenis niet aannemelijk, mede op basis van het Algemeen Ambtsbericht Nigeria 2021, en vond geen bewijs voor actuele bedreigingen door de mensenhandelaar. Ook werd artikel 8 EVRM Pro niet van toepassing geacht vanwege onvoldoende onderbouwing van familiebanden.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bedreigingen en onvoldoende aannemelijke vrees voor besnijdenis en mensenhandel.