ECLI:NL:RBDHA:2022:13706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen verlenging overdrachtstermijn Dublin Italië wegens onderduiken
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende in april 2021 een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. Na eerdere procedures en een eerdere verlenging van de overdrachtstermijn tot december 2022, diende eiser in april 2022 een nieuwe asielaanvraag in. Verweerder verlengde de overdrachtstermijn op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening vanwege onderduiken.
De rechtbank oordeelt dat eiser zich niet aan zijn meldplicht heeft gehouden en doelbewust buiten bereik van de autoriteiten is gebleven, waardoor de overdracht aan Italië is gefrustreerd. Eiser kon het vermoeden van onderduiken niet weerleggen met voldoende bewijs. Het feit dat er nog geen overdracht gepland was, doet hieraan niet af.
De rechtbank stelt dat verweerder terecht de overdrachtstermijn heeft verlengd en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn naar Italië wordt ongegrond verklaard.