Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, kreeg op 25 oktober 2022 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd gemotiveerd door het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte enkele gronden, waaronder het niet melden van onrechtmatig verblijf en het onttrekken aan toezicht.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden onder 3a en 3b feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren, waarbij eiser niet betwistte dat hij zijn onrechtmatige verblijf niet had gemeld. Deze gronden waren voldoende om de bewaring te dragen, waardoor andere betwiste gronden niet verder hoefden te worden besproken.
Eiser voerde aan dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn geweest, mede omdat hij in 2020 al een terugkeerbesluit had gekregen en Nederland had verlaten. Ook stelde hij dat zijn neven bereid waren een borgsom te betalen. De rechtbank vond echter dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet doeltreffend was en dat de borgsom niet leidde tot daadwerkelijke vertrek.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.