ECLI:NL:RBDHA:2022:13528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Tanzaniaanse vrouw wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging
Eiseres, een vrouw met de Tanzaniaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende vervolging door autoriteiten en traumatische gebeurtenissen in haar land van herkomst. Zij stelde dat zij vanwege politieke activiteiten van haar vader en oom, een incident met het verscheuren van de Koran en dreiging door haar ex-vriend niet veilig kon terugkeren.
De staatssecretaris wees haar aanvraag af omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging had. De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiseres het land legaal en op eigen naam had kunnen verlaten, en het ontbreken van een opsporingsbevel, tegen haar stellingen sprak. Ook werden de overgelegde krantenartikelen niet als overtuigend bewijs gezien vanwege inconsistenties en mogelijke beïnvloeding.
Daarnaast voldeed eiseres niet aan de voorwaarden van het traumatabeleid, omdat zij het land pas drie jaar na de traumatische gebeurtenis had verlaten en geen medische verklaring had overgelegd. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek is ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.