ECLI:NL:RBDHA:2022:135
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening was vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat door Duitsland was geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel, en dat hij de mogelijkheid moest krijgen om op eigen initiatief naar Duitsland te vertrekken. De rechtbank overwoog dat de wet en jurisprudentie geen verplichting opleggen om een vreemdeling de mogelijkheid te bieden tot vrijwillige overdracht, zeker niet als de Duitse autoriteiten vrijwillige terugkeer niet accepteren.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet onterecht de mogelijkheid was onthouden zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn overdracht en dat het beroep kennelijk ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is kennelijk ongegrond verklaard.