ECLI:NL:RBDHA:2022:13486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijke duurzame relatie in nareisprocedure
Eiseres, met de Ethiopische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar partner, die een asielvergunning in Nederland heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat niet aannemelijk werd gemaakt dat zij op het peilmoment een duurzame en exclusieve relatie vormden.
De rechtbank oordeelde dat de tegenstrijdige verklaringen van eiseres en referent over essentiële punten, zoals ontmoetingsplaats, verblijfsstatus in Soedan, bewegingsvrijheid en verblijfsdoel, onvoldoende konden worden weggenomen. Tevens ontbraken afspraken over voortzetting van de relatie en was er onduidelijkheid over het contact na aankomst van referent in Nederland.
Verweerder hoefde eiseres en referent niet te horen omdat het primaire besluit duidelijk was en de aangevoerde argumenten geen ander besluit konden rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.