ECLI:NL:RBDHA:2022:134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 november 2021 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
Bij een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak is het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Op basis daarvan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en griffier S.C. Spruijt en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.