ECLI:NL:RBDHA:2022:13396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige ondanks ontwikkelingsbedreiging
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige vanwege ernstige zorgen over zijn sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling, mede veroorzaakt door het langdurig ontbreken van passend onderwijs en dagbesteding. De minderjarige volgt sinds november 2020 geen regulier onderwijs en krijgt slechts beperkt les via School zonder Muren. De Raad stelde dat de ouders onvoldoende in staat zijn om de ontwikkelingsbedreiging zelfstandig weg te nemen.
De ouders erkenden de problemen en de noodzaak van extra zorg, maar gaven aan dat zij de noodzakelijke hulpverlening accepteren en actief werken aan passend onderwijs en behandeling, onder meer via een procedure bij de geschillencommissie die het Rijnlands Lyceum verplichtte een passend onderwijsaanbod te doen. De ouders zetten zich in voor een geleidelijke terugkeer naar school en een behandeling bij Curium.
De kinderrechter concludeerde dat hoewel er sprake is van een forse ontwikkelingsbedreiging, niet is komen vast te staan dat de ouders niet bereid of in staat zijn deze bedreiging zelfstandig weg te nemen. De recente ontwikkelingen en medewerking van de ouders aan onderwijs en behandeling waren doorslaggevend voor de afwijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling.
De beschikking werd op 11 januari 2022 mondeling uitgesproken door kinderrechter B. Martinez-Hammer en schriftelijk vastgesteld op 21 januari 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak via het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat ouders bereid en in staat zijn de ontwikkelingsbedreiging zelfstandig weg te nemen.