ECLI:NL:RBDHA:2022:1337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 17 januari 2022.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een soortgelijke zaak op 11 februari 2022 behandeld, waarbij partijen niet verschenen zijn.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, met de motivering dat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.