ECLI:NL:RBDHA:2022:13361
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag in de verlengde procedure af te wijzen als kennelijk ongegrond. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 25 november 2022 te Breda. Verzoeker was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, terwijl de verweerder niet is verschenen.
Bij de uitspraak van dezelfde dag in de gerelateerde zaak is het beroep inhoudelijk behandeld. Op basis daarvan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W. Anker en griffier W. van Loon en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.