ECLI:NL:RBDHA:2022:13320
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens verlopen overdrachtstermijn in asielprocedure
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit was gebaseerd op de stelling dat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling van haar aanvraag. De Duitse autoriteiten hadden op 16 mei 2022 ingestemd met de overname van het asielverzoek.
Tijdens de zitting op 17 november 2022 bleek echter dat de overdrachtstermijn van zes maanden was verstreken op 16 november 2022, waardoor Nederland weer verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag. Hierdoor heeft eiseres geen belang meer bij de inhoudelijke behandeling van haar beroep, wat leidt tot niet-ontvankelijkheid.
De rechtbank veroordeelde de verweerder tot betaling van proceskosten wegens het niet tijdig realiseren van de overdracht binnen de wettelijke termijn. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep is beslist. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verlopen overdrachtstermijn; verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.