ECLI:NL:RBDHA:2022:13293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Mongoolse LHBTI-aanvrager wegens veilig land van herkomst
Eiser, een Mongoolse nationaliteit dragende persoon, verzocht asiel met het argument dat hij vanwege zijn deelname aan een demonstratie en mishandeling in zijn woning een reëel risico loopt bij terugkeer naar Mongolië. Tevens stelde hij dat zijn seksuele voorkeuren en LHBTI-status hem blootstellen aan gevaar.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat Mongolië een veilig land van herkomst is en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij onder de uitzonderingscategorie van de LHBTI-gemeenschap valt. De rechtbank bevestigde dit standpunt, verwijzend naar het ontbreken van bewijs voor de LHBTI-status en het feit dat de incidenten niet direct verband houden met zijn seksuele voorkeuren.
Daarnaast werd het verzoek om uitstel van vertrek vanwege de zwangerschap van de partner van eiser afgewezen, omdat de wettelijke periode van zes weken voor en na de bevalling nog niet was aangebroken en geen medische verklaring was overgelegd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de afwijzing als kennelijk ongegrond terecht was. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.