ECLI:NL:RBDHA:2022:13170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden in verblijfsvergunningzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en vastgesteld dat het beroepschrift geen gronden bevatte, hetgeen een vereiste is op grond van artikel 6:5 Awb Pro. De rechtbank heeft eiser tweemaal schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen, maar daarop is geen reactie ontvangen.
Gezien het ontbreken van beroepsgronden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.