ECLI:NL:RBDHA:2022:13166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning afgewezen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen dit besluit. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld op basis van de ingediende stukken zonder zitting.
Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet een beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevatten, oftewel de redenen waarom men het niet eens is met het bestreden besluit. In dit geval heeft eiser geen gronden ingediend. De rechtbank heeft eiser twee keer schriftelijk verzocht om alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie gekomen.
Gezien het ontbreken van gronden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.