ECLI:NL:RBDHA:2022:13160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 3 juni 2022 op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Er is ook geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn. Volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen ontvankelijk indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.