ECLI:NL:RBDHA:2022:13152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Verzoeker heeft bij besluit van 21 januari 2022 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Hiertegen maakte hij bezwaar, dat door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard op 9 maart 2022. Verzoeker stelde vervolgens beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, terwijl deze volgens de Algemene wet bestuursrecht verplicht zijn om het verzoek ontvankelijk te maken. Verzoeker werd tweemaal schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen, maar gaf geen gehoor aan deze verzoeken.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.