ECLI:NL:RBDHA:2022:13145
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitreis naar Verenigde Staten
Verzoekers, van Palestijnse afkomst, verblijven in Nederland na afwijzing van hun asielaanvraag en zijn geïnformeerd over hun geplande uitreis naar de Verenigde Staten op 14 november 2022. Zij maakten bezwaar tegen deze uitreis en vroegen om een voorlopige voorziening om in Nederland te mogen blijven totdat het bezwaar is behandeld.
De staatssecretaris stelde dat er geen sprake is van een gedwongen uitzetting, maar van vrijwillig vertrek, waarbij verzoekers zelf kunnen besluiten niet te vertrekken. De voorzieningenrechter concludeerde dat de kennisgeving van de vlucht geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat verzoekers niet verplicht zijn het vliegtuig te nemen.
Hoewel verzoekers geen geldige verblijfsdocumenten voor de VS hebben en in een vrijheidsbeperkende locatie verblijven, leidt dit niet tot een gedwongen uitzetting. De removal order die de luchtvaartmaatschappij verplicht verzoekers te vervoeren, impliceert geen verplichting voor verzoekers zelf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen mogelijkheid tot hoger beroep of verzet tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen sprake is van een gedwongen uitzetting.