ECLI:NL:RBDHA:2022:13112
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen toegangsweigering op Schiphol wegens onvoldoende verblijfsdoel
Verzoekster, afkomstig uit Georgië, werd op 5 december 2022 bij aankomst op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd vanwege het ontbreken van passende documentatie over het doel en de omstandigheden van haar verblijf.
Zij stelde dat zij als toerist kwam om haar toekomstige echtgenoot te ontmoeten en dat de toegangsweigering onterecht was. Verzoekster voerde ook aan dat haar rechten op familieleven volgens artikel 8 EVRM Pro werden geschonden en dat het terugsturen niet in verhouding stond tot de reden van weigering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit correct was bekendgemaakt en dat verzoekster niet eenduidig was over haar verblijfsdoel, met discrepanties in haar verklaringen. Zij had voldoende gelegenheid gehad haar verhaal toe te lichten.
Er werd geen schending van artikel 8 EVRM Pro vastgesteld omdat het contact met de toekomstige partner minimaal was en het belang van de EU bij volksgezondheid zwaarder woog. De korte verblijfsduur rechtvaardigde geen afwijking van de toegangsvoorwaarden.
Het administratief beroep had geen redelijke kans van slagen en daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toegangsweigering op Schiphol wordt afgewezen.