Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-;
- draagt verweerder op het betaalde bedrag aan griffierecht van € 184,- aan verzoeker te vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot opheffing van een ongewenstverklaring door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het bestreden besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde, heeft verweerder het besluit ingetrokken en het bezwaar alsnog gegrond verklaard, waarbij de ongewenstverklaring werd opgeheven.
Verweerder bood een proceskostenvergoeding aan van € 759,- en vergoedde reeds € 541,- aan kosten van het bezwaar. Verzoeker stelde dat alleen het griffierecht van € 184,- nog vergoed moest worden. De rechtbank bevestigde dat verweerder op grond van de Awb verplicht is dit griffierecht te vergoeden.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten in beroep van € 759,- en tot betaling van het griffierecht van € 184,-. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier S. van den Broek op 11 juli 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van € 759,- en betaling van het griffierecht van € 184,- aan verzoeker.