ECLI:NL:RBDHA:2022:13045
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering visum kort verblijf wegens inreisverbod Covid-19
Eiseres, woonachtig in Uganda, had een visum kort verblijf aangevraagd om haar dochter en kleinkinderen in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiseres de familierechtelijke relatie niet aannemelijk maakte, onvoldoende binding met Uganda had en vanwege een inreisverbod wegens Covid-19.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk familiebezoek wilde brengen en een economische en sociale binding met Uganda had, waaronder eigendom van een boerderij en verhuurde huizen. Zij stelde dat het primaire besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod voor niet-volledig gevaccineerden een dwingende afwijsgrond vormde waarover geen beoordelingsruimte bestond. Omdat eiseres niet voldeed aan de vaccinatie-eis, werd het beroep ongegrond verklaard. De overige gronden werden niet behandeld en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege het geldende inreisverbod voor niet-volledig gevaccineerden.