Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is geconfronteerd met een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege een concreet aanknopingspunt voor een overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken.
Eiser betwistte enkele gronden waarop de maatregel was gebaseerd, met name de gronden 3b en 3c, die betrekking hebben op het onttrekken aan toezicht en het niet naleven van een vertrekplicht. De rechtbank stelde vast dat andere gronden, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen, het ontbreken van vaste woonplaats en onvoldoende middelen van bestaan, niet waren betwist en voldoende waren om het risico op het onttrekken aan toezicht aan te nemen.
Gezien deze onbetwiste en voldoende gronden oordeelde de rechtbank dat het beroep ongegrond is. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.A.W.M. Engels op 6 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.