ECLI:NL:RBDHA:2022:12992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf grootmoeder wegens onjuistheid beoordeling familieleven
Eiseres, woonachtig in Wit-Rusland, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland om bij haar dochter en kleinkinderen te kunnen verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat volgens verweerder geen sprake was van hechte en persoonlijke banden tussen eiseres en haar kleinkinderen. Verweerder baseerde zich daarbij onterecht op artikel 3:100 van Pro het Vreemdelingenbesluit 2000 en voerde dat de aanvraag betrekking had op verblijf bij de dochter.
De rechtbank oordeelde dat verweerder dit artikel ten onrechte heeft toegepast en dat er geen volle beoordeling heeft plaatsgevonden. Tevens had verweerder de belanghebbenden niet gehoord in de bezwaarfase, terwijl het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. Uit de verklaringen bleek dat eiseres en haar kleinkinderen vier jaar hadden samengewoond, wat een belangrijke indicatie is voor hechte persoonlijke banden.
De rechtbank stelde dat de Gezinsherenigingsrichtlijn wel van toepassing is, maar dat kleinkinderen niet als gezinsleden in de richtlijn worden genoemd, waardoor de beoordeling aan artikel 8 EVRM Pro moet worden getoetst. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de betrokkenen gehoord moeten worden. Eiseres kreeg een proceskostenvergoeding van €1.518 toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen na het horen van de betrokkenen.