ECLI:NL:RBDHA:2022:12971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen machtiging verblijf
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf. Tijdens de procedure heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten geregeld is in de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat verweerder alsnog een beslissing heeft genomen tijdens het beroep, is sprake van tegemoetkoming aan verzoekster. Verzoekster heeft bovendien voorafgaand aan het beroep verweerder op correcte wijze in gebreke gesteld.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €379,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een lichte wegingsfactor vanwege het beperkte onderwerp van het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoekster.