ECLI:NL:RBDHA:2022:12960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Iraanse verzoeker
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit en geboren in 1988, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 13 mei 2022 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 8 juni 2022 behandeld, samen met twee andere zaken. Verzoeker was hierbij aanwezig en werd bijgestaan door zijn gemachtigde, met een tolk aanwezig. De gemachtigde van verweerder was eveneens aanwezig.
Gezien de uitspraak op het beroep in een gelijktijdige zaak (zaaknummer NL22.9167) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter O. Veldman en griffier R.P. Stehouwer op 8 juli 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de inhoudelijke uitspraak op het beroep is gedaan.