Uitspraak
[appelant] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van zijn advocaat mr. E. Tamas, adres: Benoordenhoutseweg 27, 2596 BA te Den Haag,
Rechtbank Den Haag
De appellant was zonder toestemming van de eigenaar in een pand aan een adres in Den Haag aanwezig, wat leidde tot een vordering tot ontruiming op grond van artikel 551a Sv. De rechter-commissaris verleende de machtiging tot ontruiming, waarop appellant hoger beroep instelde.
De verdediging voerde onder meer aan dat er geen zorgvuldig onderzoek was gedaan, dat de appellant niet op zijn rechten was gewezen, en dat de ontruiming in strijd was met het recht op huisvesting en het EVRM. De officier van justitie stelde dat de rechter-commissaris de belangen van appellant voldoende had meegewogen en dat de ontruiming noodzakelijk was vanwege huisvredebreuk en de gevaarlijke bouwkundige staat van het pand.
De rechtbank oordeelde dat de ontruiming een legitiem doel diende en proportioneel was, gezien het spoedeisende belang van de eigenaar en de openbare orde. De rechtbank verwierp de bezwaren over procedurele tekortkomingen, omdat appellant ter plaatse was gehoord en de beslissing mondeling was toegelicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de machtiging tot ontruiming bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de machtiging tot ontruiming wordt ongegrond verklaard en de ontruiming blijft in stand.