Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,00.
Rechtbank Den Haag
Eiser, gehuwd met een Nederlandse referent, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die aanvankelijk werd toegekend. Na een melding dat de gezinsband was verbroken, legde verweerder een terugkeerbesluit op en sloot de TEV-procedure af. Eiser stelde dat hij niet gehoord was en dat hij zijn zienswijze niet kon geven, wat tot schending van zijn belangen leidde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door eiser niet te horen voorafgaand aan het terugkeerbesluit, in strijd met artikel 3:2 Awb Pro. Echter, gezien het feit dat de gezinsband op het moment van het besluit daadwerkelijk was verbroken en eiser later een nieuwe aanvraag indiende, werd het gebrek gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro omdat eiser niet in zijn belangen was geschaad.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.518,-. De rechtbank benadrukte dat eiser een nieuwe aanvraag kan indienen en dat het terugkeerbesluit niet onrechtmatig was gegeven de feitelijke situatie.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.