ECLI:NL:RBDHA:2022:1291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit na verkrijging verblijfsvergunning op grond van Chavez-Vilchez
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, had een terugkeerbesluit opgelegd gekregen in 2015 en dit besluit werd bij een nieuw besluit in december 2020 herleefd nadat eiser zijn asielaanvraag had ingetrokken. Eiser stelde dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod moesten worden ingetrokken, ook na het verkrijgen van een verblijfsvergunning op grond van verblijf bij zijn Nederlandse kind.
De staatssecretaris stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat eiser inmiddels rechtmatig verblijf had op grond van het Chavez-Vilchez arrest, waardoor het terugkeerbesluit niet langer van kracht was. De rechtbank constateerde dat het terugkeerbesluit uit 2015 rechtmatig was opgelegd en dat het bij intrekking van het rechtmatig verblijf terecht was herleefd.
Omdat eiser inmiddels rechtmatig verblijf heeft verkregen, is het procesbelang bij het beroep komen te vervallen. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af, omdat geen onrechtmatigheid van de zijde van verweerder was gebleken.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het vervallen procesbelang door rechtmatig verblijf.