ECLI:NL:RBDHA:2022:12840
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wrakingsverzoek gericht tegen gehele wrakingskamer
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter en tevens op voorhand tegen de wrakingskamer die het verzoek zou behandelen. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tot wraking van de wrakingskamer niet-ontvankelijk is omdat het niet gericht is tegen specifieke rechters, maar tegen het gehele college. Volgens artikel 4 lid 2 sub e van Pro het Wrakingsprotocol kan een dergelijk verzoek zonder zitting worden afgewezen.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker niet wist welke rechters het wrakingsverzoek zouden behandelen en daarom alle rechters van het college wilde wraken. Dit is niet toegestaan omdat het verzoek dan feitelijk tegen het hele college is gericht. De wrakingskamer besloot daarom het verzoek zonder mondelinge behandeling af te wijzen.
De behandeling van het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter zelf werd aangehouden tot de zitting van 31 oktober 2022. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022 en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer is niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek feitelijk tegen het gehele college was gericht.