ECLI:NL:RBDHA:2022:12839
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens te late indiening en misbruik van recht
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een civiele zaak tussen hem en de Vereniging van Eigenaars (VvE). Hij stelde dat de kantonrechter zijn procesrechten had geschonden en partijdig was, onder meer door het niet toestaan van bepaalde processtukken en het plaatsen van een bode achter hem tijdens een eerdere zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen ontvankelijk is indien het tijdig wordt ingediend met concrete omstandigheden die de onpartijdigheid aantonen. Het verzoek was grotendeels te laat, aangezien de aangevoerde gronden al lang bekend waren. Nieuwe gronden werden pas ter zitting genoemd, maar waren ook al eerder bekend. De kamer vond geen aanwijzingen voor partijdigheid of schending van procesrechten.
Daarnaast leidde het indienen van meerdere wrakingsverzoeken tot het uitstellen van mondelinge behandelingen, wat een onredelijke vertraging van de procedure veroorzaakte. De wrakingskamer concludeerde dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikte en stelde een wrakingsverbod in voor toekomstige verzoeken in deze zaak.
De beslissing werd op 9 november 2022 uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag, waarbij het wrakingsverzoek werd afgewezen en het proces werd voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.