Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese nationaliteit, heeft op 6 maart 2022 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 20 januari 2022 illegaal Italië is binnengekomen. Op grond van artikel 13 van Pro de Dublinverordening is Italië verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser betoogde dat Nederland de asielaanvraag aan zich had moeten trekken op grond van de artikelen 9 en 17 van de Dublinverordening, omdat zijn halfbroer rechtmatig in Nederland verblijft en hij afhankelijk van hem is. De rechtbank oordeelde dat een halfbroer niet als gezinslid in de zin van de Dublinverordening kan worden aangemerkt en dat eiser geen bewijs van afhankelijkheid heeft geleverd.
Verder stelde de rechtbank dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die een onevenredige hardheid zouden opleveren om de overdracht aan Italië te weigeren. De door eiser aangevoerde omstandigheden, waaronder de situatie in Libië en het ontbreken van familie in Italië, waren onvoldoende om af te wijken van de overdracht.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.