Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiseres] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Het onderzoek op de zitting voor beide zakenheeft plaatsgevonden op 10 februari 2020. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst in afwachting van een nieuw BMA-advies. Verweerder heeft op 5 februari 2020 en op 30 maart 2020 aanvullende BMAadviezen uitgebracht.
Overwegingen
colectivosaan veiligheidswerk het geweld heeft doen toenemen en bijdraagt aan een gestage toename van buitengerechtelijke executies. Ook wordt hierin beschreven dat
colectivosroutineus geweld plegen jegens burgers, in het bijzonder bij protesten tegen de overheid. Zij trachten, met steun van de overheid, stemmers te intimideren. Verder volgt uit de stukken dat onder andere
colectivosingezet werden om coronamaatregelen te handhaven. PROVEA heeft excessief gebruik van geweld bij het handhaven van de lockdown vastgelegd, waaronder willekeurige gevangenneming, mishandeling, marteling en vernederende behandeling wegens het niet-naleven van de maatregelen. Een toename van het aantal meldingen van illegale overnames van huizen en commerciële vestigingen in Venezuela tijdens de pandemie onthult de steeds groter wordende criminele portefeuille die wordt beheerd door de
colectivos.
colectivos, martelingen en het gebruik van geweld om demonstraties te verstoren of coronamaatregelen te handhaven), dat de veiligheidssituatie daar precair en zorgelijk is, en dat sprake is van een humanitaire crisis, maar niet van een binnenlands gewapend conflict waarbij de staat of andere georganiseerde partijen elkaar met geweld bestrijden en waar burgers het slachtoffer van kunnen worden. Verder is de algemene veiligheidssituatie niet zodanig ernstig dat er aanleiding is om aan te nemen dat sprake is van een uitzonderlijke situatie waarin iedere Venezolaan het risico loopt op ernstige schade reeds door de enkele aanwezigheid in Venezuela. Hiertoe is relevant dat verweerder inzichtelijk heeft gemaakt dat uit cijfers van het OVV blijkt dat het aantal dodelijk slachtoffers de laatste jaren juist daalt en dat ook geen sprake is van een toename van geweld en buitengerechtelijke executies in de laatste jaren. Verweerder heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet heeft toegelicht welke delen van de overgelegde rapporten van Amnesty International van 2021/22 en van US Department of State van 2021 relevant zijn voor de situatie van eiseres. Met verweerder is de rechtbank verder van oordeel dat niet valt in te zien waarom de door eiseres aangestreepte alinea uit het overgelegde rapport van Human Rights Watch van 2022 relevant is in het kader van de algemene veiligheidssituatie van Venezuela, omdat dit stukje ziet op de verslechtering van de voorzieningen sinds de Covid-19 pandemie. Verweerder heeft bovendien het jaarrapport van PROVEA van 9 maart 2021 terecht niet meegenomen in zijn beoordeling omdat eiseres geen vertaling hiervan heeft overgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.